Kamikaze – Wind der Goden

神風

Waar denk je aan als je de term “kamikaze” hoort? Vermoedelijk aan de beroemd-beruchte Japanse zelfmoordpiloten van tijdens de tweede wereldoorlog.
Lang niet iedereen weet evenwel dat dit negatief beladen begrip een positieve oorsprong kent!

Een stukje “geschiedenis”

1260 – Beijing

Kublai Khan, kleinzoon van Djingis Khan, grijpt de macht in het Mongoolse en later ook het Chinese rijk. Korea onderwerpt zich aan het keizerrijk.
In 1279 wordt hij uiteindelijk keizer van China en zomede de stichter van de Yuan-dynastie, die al in 1368 zou worden afgelost door de Ming-dynastie, onder keizer Hongwu.

Onder Kublai Khan kent het Mongoolse rijk een behoorlijke uitbreiding en de gebieden strekken zich uit van de Middellandse Zee tot Manchurije en Korea. Het is tot op heden nog steeds het grootste rijk dat ooit heeft bestaan.

Kublai Khan heeft heel wat vernieuwingen ingevoerd. Zo kent men in die tijd reeds papieren geld, bouwt men in verschillende verdiepingen, gebruikt men innovatieve landbouwmethodes.
De Mongolen onder zijn heerschappij zijn nauwelijks de halve wilden die wij kennen van de verhalen van grootva Djingis Khan, als ze dat toen dan al werkelijk zijn geweest.

1274 – Kyūshū

1266 en 1268 stuurt Kublai Khan zendelingen naar Zipangu (Japan) om van het eilandenrijk tevergeefs de totale onderwerping te eisen (wat tegenwoordig hier en daar wordt betwijfeld).

1274 wordt een deels Mongoolse, deels Koreaanse en deels Chinese vloot naar Japan gestuurd. Zij landen op Kyūshū, het westelijkste hoofdeiland. De bakufu – de regering onder het Kamakura-shōgunaat – heeft dit echter voorzien.
Zij hebben reeds een indrukwekkende legermacht van 10.000 man op de been gebracht en aan de kusten van Kyūshū gestationeerd.
De Mongolen landen en worden door de Japanse legers opgewacht.
Volgens menige bron is het een ware slachting. De Japanners kunnen zich in het begin absoluut niet vinden in de merkwaardige manier van oorlog voeren.
Japanse veldslagen zijn in deze tijd zeer individualistisch. Een samurai stelt zichzelf en zijn voorvaderen voor, aan de hand van hun heldendaden en dagen de tegenpartij uit. Een samurai van de tegenpartij die zich waardig vindt, doet hetzelfde. Deze beide krijgers gaan elkaar vervolgens te lijf.
De Mongolen gebruiken daarentegen meer conventionele methodes. Hun beruchte ruiterbogen maken komaf met de rare, zichzelf voorstellende vijand (die ze uiteraard bovendien niet eens verstaan, zodat ze zich afvragen wat hij daar komt doen).

Dit veroorzaakt grote verontwaardiging aan Japanse kant en vanzelfsprekend ook grote verliezen. Tot overmaat van ramp, hebben de invasietroepen een behoorlijke meerderheid van drie à vier tegen een.
Pas na enige tijd kunnen de Japanners zich herpakken en gaan ze zware gevechten aan met de troepen van de Khan.
De overlevering vertelt hoe er plots een wervelstorm opsteekt. De Japanners trekken zich terug in huizen en de Mongolen verschuilen zich in hun schepen.
De Mongoolse vloot loopt verschrikkelijke averij op. Menig opvarende verdrinkt ellendig in het kolkende water of wordt te pletter geworpen op de gevaarlijke rotsen.
De overlevende Mongolen die het land bereiken, worden zonder pardon over de kling gejaagd door de Japanners.
Slechts een klein deel van de vloot weet zich te redden en terug te vluchten naar Korea en China.
Sommige ‘ietwat’ twijfelachtige Mongoolse Yuanbronnen vertellen van een grootse zege onder generaal Liu Fu-heng op een leger van 100.000 Japanners.

1281 – Kyūshū

In 1275 bereikt Marco Polo naar eigen zeggen – wat tegenwoordig sterk in twijfel wordt getrokken – samen met zijn vader en oom Kublai Khan’s hoofdstad, Khan-Balik, het huidige Beijing. Marco weet te beklijven door zijn hoge charisma, taalvaardigheid en intellect. Zo wordt hij zeer snel minister en raadgever van Kublai Khan.

Intussen nemen de shikken (regent) Hōjō Tokimune en Kublai Khan weer diplomatieke betrekkingen met elkaar op. Een en ander loopt echter spaak, en in 1276 laat de shikken de zendelingen van de Khan onthoofden en meteen laat Hōjō verdedigingswerken uitvoeren. Een 2 à 3 meter hoge verdedigingsmuur wordt opgetrokken aan de vermoedelijke landingsplaatsen van een eventuele invasie. (Restanten van deze muur zijn in 1930 ontdekt en uitgegraven.)
Volgens Marco Polo’s eigen beweringen maakt hij deel uit van één van de laatste diplomatieke missies naar “Zipangu”.

In 1281 is het dan uiteindelijk zo ver. Kublai Khan mobiliseert opnieuw een legermacht van nu onvoorstelbare 140.000 – 200.000 man.
Het Japanse verzetsleger is ook verviervoudigd, maar telt dan nog slechts 40.000 krijgers. Wel hebben ze geleerd van hun fouten, wat men van de Mongolen definitief niet kan zeggen.
Interne rivaliteit tussen de Koreanen en Chinezen splijt de aanvallende vloot in twee delen. De eerste helft van de vloot arriveert vier dagen voor het tweede deel.
De Japanners vermommen zich als vissers en in vissersbootjes begeven ze zich onopvallend tussen de grote jonken van de Mongolen.
Zo dragen ze de strijd naar de schepen zelf, waar de superieure bogen van de invasiemacht nauwelijks of geen effect hebben.
De gelande troepen lopen zich te pletter tegen de massieve stenen muur die hun weg blokkeert.
De Japanners maken een pontonbrug van bootjes waarvan de mast werd neergehaald om zo de vijandige schepen te enteren. Soms zwemmen de Japanners in kleine groepen naar de schepen en maken zich zo van de situatie meester.
Een vertelling over ene Kusano Jiro doet de ronde, waarin hij een schip entert en brandschat, hoewel hij tijdens dat gevecht een arm verliest. Weer een ander heldenverhaal vertelt hoe Kono Michiari met twee boten aanstalten maakt om te capituleren maar op het laatste ogenblik overaat tot de aanval. Tijdens deze actie kan hij een hoge Mongoolse generaal krijgsgevangen nemen.

Na ettelijke nederlagen en zware verliezen, trekken de Mongolen zich terug naar het eiland Iki om de rest van de vloot op te wachten. Nadat de legermacht herenigd is, worden de Mongolen in een grootschalige veldslag verwikkeld op Iki. Enkel de grote overmacht van de invasietroepen kan de Japanners terugdrijven.
Zo kunnen de Mongolen opnieuw een grootscheepse aanval lanceren op de Japanse verdedigingswerken bij Hakata.
Ze krijgen voet aan wal maar geraken daar vast te zitten in een patsituatie.

Intussen is een voormalig Japans keizer op pelgrimstocht vertrokken naar een tempel in Ise, waar hij de Goden om bijstand smeekt. Zijn bede krijgt gehoor en net zoals bij de vorige Mongoolse invasie steekt er een wervelstorm op.
De Mongolen die nog van de vorige invasie wisten dat het geen zin heeft om aan de rotskusten voor anker te blijven liggen reppen zich naar de volle zee alwaar zij terechtkomen in de gigantische storm.
Twee derde van de vijandelijke vloot wordt gekelderd. De Mongolen die de schepen niet halen en nog aan land zijn achtergebleven, worden zonder veel meer over de kling gejaagd.

De moderne betekenis

Kamikaze (神風) betekent gewoonweg “de wind der Goden”. Hiermee worden beide wervelwinden bedoeld die de Mongoolse invasie vernietigden.
Deze wervelwinden beschermden Japan bij de enige twee pogingen tot inval die het land ooit meemaakte. Uit dit opzicht groeide het werkelijke geloof dat het land werkelijk beschermd wordt door de Goden.

De in WO2 berucht geworden gelijknamige Japanse zelfmoordpiloten, die de term een wrange en negative bijklank gaven, heetten evenwel in werkelijkheid NIET ‘kamikaze’, maar Tokubetsu Kōgekitai (特別攻撃隊), kortweg Tokkōtai (特攻隊), wat zoveel betekent als ‘speciale aanvalseenheid’.
Enkel het eerste peleton van deze eenheid heette officieel “shinpū” wat de Sino-Japanse lezing is van de karakters “神風”. De meeste Japanners lazen de kanji echter als zijnde “kamikaze” omdat deze lezing hen vertrouwder was.

Het waren eigenlijk de geallieerden die de naam “kamikaze” gaven aan alle zelfmoordeskaders.